Wij zijn ANBI

“De Burundese jeugd beheerst enkel de taal van geweld”
vrijdag 22 februari 2008

Wapens en geweld beheersen de Burundese samenleving. De regering zou het tij kunnen keren door een beter economisch en sociaal beleid, maar neemt onvoldoende maatregelen volgens de VN. Bo Schack, het hoofd van het VN-secretariaat voor vluchtelingen (UNHCR) trekt aan de alarmbel: een humanitaire crisis dreigt als de Burundese regering niet in actie schiet.

Burundi blijft ook na de burgeroorlog, in de jaren 1993 tot 2001, kampen met geweld. De slabakkande economie en een gebrek aan sociale faciliteiten liggen aan de basis van de grote maatschappelijke frustratie. Burundi behoort tot de armste landen ter wereld, de helft van de bevolking leeft in armoede. Volgens een VN-studie over wapenbezit in Burundi bezitten ongeveer honderdduizend gezinnen kleine of lichte wapens, een gevolg van de burgeroorlog. En het VN-secretariaat voor vluchtelingen (UNHCR) maakt zich zorgen over de duizenden Burundese ex-vluchtelingen die gerepatrieerd worden uit buurland Tanzanië. De huidige maatschappelijke voorzieningen – zoals onderwijs en gezondheidszorg - volstaan nauwelijks voor de gewone bevolking. Bo Schack, die de Burundese UNHCR-afdeling leidt trekt aan de alarmbel.

Burundi heeft sinds twee jaar een democratisch verkozen regering. Toch slaagt die regering er niet in om het land te stabiliseren. Welke factoren liggen er aan de basis van de toegenomen onveiligheid?
Bo Schack:
Er heerst een klimaat van complete straffeloosheid.Kleine wapens zijn door de burgeroorlog wijdverspreid. De Burundese jeugd beheerst enkel de taal van geweld en wapens. Veiligheid blijft, vooral in de regio rond Bujumbura, een groot probleem.Het leger en de politie tellen samen honderdvijftigduizend manschappen. Dat aantal moet dringend verminderen, volgens verschillende internationale instellingen. Als je een groot aantal militairen en politiemanschappen demobiliseert moet je een andere functie voor hen vinden. Dat is de hachelijke situatie waarin het land zich momenteel bevindt.Het is een vervelend feit dat veel misdrijven gepleegd worden door mannen in uniform.

Is het geweld nog politiek geïnspireerd zoals in de jaren ‘90?
Bo Schack:
De criminele activiteiten hebben niets meer te maken met etnische conflicten. De misdaad is een pure geldkwestie geworden. ‘Jij hebt geld, en ik wil het ongeacht je afkomst.” Er is wel een link tussen de politiek en de toegenomen criminaliteit.Sociale en economische hervormingen zouden de misdaad drastisch kunnen beperken. De Burundese regering onderneemt te weinig, en de stappen die zij zet zijn meestal ontoereikend. De tweejarige regering zou haar capaciteiten verder moeten uitbouwen. Neem nu de landbouw, Burundi’s belangrijkste economische activiteit. Slechts 7% van het overheidsbudget gaat naar de betere uitbouw van de landbouwvoorzieningen. De koffieproductie – Burundi’s belangrijkste exportsector – is er drastisch op achteruitgegaan.

U noemt de samenwerking tussen het UNHCR en de overheid moeizaam. Op welke vlakken schiet die samenwerking tekort?
Bo Schack: Het probleem met deze broze regering is zijn trage werking. Wij proberen als hulporganisatie om de Burundese regering op haar humanitaire verantwoordelijkheden te wijzen. Samenwerking met de overheid is onvermijdelijk, er bestaat namelijk geen alternatief. Welk nut heeft het om de Burundese vluchtelingen te repatriëren als er geen voorzieningen zijn om hen op te vangen? Het heeft geen zin om een school te bouwen, als er geen minister van Onderwijs is om de leraren toe te wijzen. De vraag is hoelang we de opbouw van faciliteiten kunnen uitstellen in afwachting van een overheidsbeslissing. Je kan de situatie eigenlijk beschouwen als een huisopknapbeurt: je kan het huis niet zomaar opknappen zonder de toestemming te hebben gekregen van de eigenaars. We mogen enkel helpen om het land herop te bouwen.

Intussen verblijven negentienduizend Congolese vluchtelingen in kampen aan de Oostgrens. Welk plan heeft u voor hen?
Bo Schack:
De Goma-conferentie van eind vorige maand heeft mogelijk een doorbraak betekend voor het vredesproces in Oost-Congo. Als het gesloten akkoord (tussen de deelnemende partijen van het conflict onder het toeziend oog van de vertegenwoordigers van religieuze groeperingen en burgerorganisaties, nvdr) wordt gerespecteerd kunnen duizenden Congolese vluchtelingen binnenkort gerepatrieerd worden. We blijven hoopvol afwachten op het verdere politieke verloop.In 2007 zijn er elke maand duizend Congolese vluchtelingen bij gekomen. Maar sinds de conferentie is het aantal afgenomen. Burundi telt niet alleen politieke vluchtelingen. Veel Congolezen zijn naar de Burundese hoofdstad afgezakt voor de economische voordelen, de werkgelegenheid of het onderwijs. Bujumbura ligt als hoofdstad nu eenmaal dichter bij de Congolese oostgrens dan Kinshasa.

Waarom zijn de Burundezen zo gastvrij?
Bo Schack:
Dat heeft grotendeels te maken met hun eigen vluchtelingenverleden. De regering voorziet om vluchtelingen zoveel mogelijk op te vangen, omdat de meeste Burundezen weten wat het is om vluchteling te zijn. Tot onze grote ontgoocheling merken we dat veel ‘gewone’ Burundezen hun weg vinden naar onze vluchtelingenkampen.We zouden graag een situatie creëren waarin de vluchtelingen in de steden verblijven in plaats van in de kampen. Vluchtelingenkampen zijn goed als tijdelijke oplossing, maar niet geschikt om een waardig gezinsleven te leiden. Het is daarom nuttig om de faciliteiten zoals het onderwijs en de gezondheidszorg beter uit te bouwen in de steden met de steun van de Burundese overheid.

Het UNHCR heeft sinds 2002 een repatriëringsplan voor de Burundese vluchtelingen in Tanzania. Hoe vordert dat plan?
Bo Schack:
Zevenhonderdduizend Burundese vluchtelingen hebben zich, na de etnische conflicten van 1972 en 1993, in Tanzania gevestigd. De vluchtelingen uit het eerste etnische conflict leven volledig zelfstandig, zonder de hulp van ontwikkelingsorganisaties of van de overheid. De slachtoffers van de tweede genocide leven voornamelijk in vluchtelingenkampen. Nu de politieke stabiliteit in Burundi is verbeterd hopen wij om de repartriëringen van de Burundese vluchtelingen tegen begin volgend jaar af te ronden (Het repatriëringsprogramma is een samenwerking tussen het UNHCR, Tanzania en Burundi, het ging van start in 2002, nvdr). Wij hopen gedurende de komende periode om negentigduizend vluchtelingen te repatriëren, dat is een verdubbeling tegenover 2007.

Durft u nog hoop te koesteren voor Burundi?
Bo Schack: Het is belangrijk om een positieve denkrichting te behouden en de Burundese overheid in dezelfde denkrichting te duwen, al ben ik relatief pessimistisch. De verkiezingen vallen in 2010, en je kunt al merken dat de verkiezingskoorts heeft toegeslaan. De politici bereiden zich zodanig voor dat zij de huidige problemen uit het oog zijn verloren. Maar dat is een fenomeen waarmee verschillende landen tegenwoordig te kampen hebben.

Bron: MO 
Auteur: Christiane Mukendi.

 
< Vorige   Volgende >
© 2017 Help Burundi - concrete ontwikkelingshulp voor Burundi - help Afrika, help Burundi, help ons mee