Wij zijn ANBI

Home arrow Veelgestelde vragen arrow Stichting Help Burundi arrow Wat zijn de millenniumdoelstellingen?
Wat zijn de millenniumdoelstellingen?
Wednesday 06 February 2008

Als je het over ontwikkelingssamenwerking hebt, moet je het hebben over millenniumdoelen. In 2000 was er een algemene vergadering van de VN.

Hier zijn onder andere de millenniumdoelstellingen tot stand gekomen. Deze millenniumdoelstellingen hebben betrekking op de ontwikkelingssamenwerking. Het is de bedoeling om de armoede voor 2015 flink terug te dringen. 189 lidstaten van de VN, waaronder Nederland, ondertekenden de millenniumdoelstellingen, en beloofden zich er voor in te zetten om ze te halen. Als deze doelstellingen behaald worden gaan alle kinderen naar school, sterft er niemand meer van de honger, en is de hele wereld beter. Deze doelstellingen zijn wel vrijblijvend, er zijn geen sancties als je je er niet voor inzet, en verder is het niet echt meetbaar hoeveel een land zich er voor heeft ingezet.

De doelstellingen zijn wel hele concrete stellingen waar de landen zich aan moeten houden, wat een voordeel is.

Er zijn acht ‘hoofddoelstellingen’ die onder te verdelen zijn in 18 subdoelen. Verder heeft men nog indicators opgesteld om het toch een beetje meetbaar te maken:

Millenniumdoel 1: Uitbanning van extreme armoede en honger

Indicator 1: Het aantal mensen dat leeft van minder dan één dollar per dag.
Indicator 2: Armoedekloof: hoeveel minder dan één dollar per dag heeft de arme bevolking te besteden.
Indicator 3: Het aandeel van de allerarmsten in de totale consumptie-uitgaven in een land.
Subdoel 2: Halvering van het aantal mensen dat honger lijdt, tussen 1990 en 2015.
Indicator 4: Het aantal kinderen onder de vijf jaar met ondergewicht.
Indicator 5: Het aantal mensen dat dagelijks minder te eten heeft dan minimaal nodig is.

Millenniumdoel 2: Alle kinderen naar de basisschool

Indicator 6: Het aantal kinderen dat naar de basisschool gaat.
Indicator 7: Het aantal kinderen dat de basisschool afmaakt.
Indicator 8: Het aantal jongeren (15-24 jaar) dat kan lezen en schrijven.

Millenniumdoel 3: Vrouwen en mannen gelijk

Indicator 9: Het aantal meisjes ten opzichte van het aantal jongens op de lagere school, de middelbare school en het hoger onderwijs.
Indicator 10: Het aantal vrouwen dat kan lezen en schrijven ten opzichte van het aantal mannen dat kan lezen en schrijven.
Indicator 11: Het aantal vrouwen met een betaalde baan buiten de landbouwsector, ten opzichte van het aantal mannen.
Indicator 12: Het aantal vrouwen in het parlement, ten opzichte van het aantal mannen.

Millenniumdoel 4: Minder kindersterfte

Indicator 13: Het aantal kinderen dat overlijdt voor de vijfde verjaardag.
Indicator 14: Het aantal kinderen dat overlijdt.
Indicator 15: Het aantal kinderen van één jaar dat is ingeënt tegen mazelen.

Millenniumdoel 5: Minder moedersterfte

Indicator 16: Het aantal vrouwen dat in het kraambed overlijdt.
Indicator 17: Het aantal geboortes begeleid door geschoold personeel.

Millenniumdoel 6: Bestrijding HIV/Aids, malaria en andere ziekten

Indicator 18: Het aantal mensen met HIV/Aids.
Indicator 19: Het aantal mensen dat als anti-conceptiemiddel een condoom gebruikt.
Indicator 20: Het aantal weeskinderen dat naar school gaat ten opzichte van het aantal schoolgaande kinderen waarvan beide of één van de ouders nog leven.
Subdoel 8: De verspreiding van malaria en andere grote ziektes stopzetten en terugdringen voor 2015.
Indicator 21: Het aantal kinderen dat sterft door malaria.
Indicator 22: Het aantal mensen in risicogebieden dat maatregelen treft tegen malaria.
Indicator 23: Het aantal mensen dat sterft door tuberculose.
Indicator 24: Het aantal mensen dat tuberculose heeft en daarvoor wordt behandeld.

Millenniumdoel 7: Zorgen voor een duurzaam milieu

Indicator 25: De hoeveelheid bos in een land.
Indicator 26: De hoeveelheid gebied waar de biologische diversiteit is beschermd.
Indicator 27: Het energiegebruik (ten opzichte van Bruto Nationaal Product).
Indicator 28: De uitstoot van koolstofdioxide en gebruik van CFKs.
Indicator 29: Het aantal mensen dat vaste brandstoffen gebruikt.
Subdoel 10: Halveren van het aantal mensen dat geen toegang heeft tot veilig drinkwater en sanitaire basisvoorzieningen.
Indicator 30: Het aantal mensen met toegang tot veilig drinkwater.
Indicator 31: Het aantal mensen met toegang tot sanitaire voorzieningen.
Subdoel 11: Het leven verbeteren van 100 miljoen mensen die in sloppenwijken wonen.
Indicator 32: Het aantal huishoudens met een blijvende woonplek.

Millenniumdoel 8: Een wereldwijd partnerschap voor ontwikkeling

Indicator 33: De hoeveelheid hulp aan ontwikkelingslanden.
Indicator 34: De hoeveelheid hulp voor sociale basisvoorzieningen.
Indicator 35: De hoeveelheid hulp die ongebonden is (dat wil zeggen dat de ontwikkelingslanden niet gebonden zijn aan de verplichting dat ze het geld dat ze krijgen moeten besteden in het donorland).
Indicator 36: Hulp als percentage van het nationaal inkomen in inlandse (niet aan zee gelegen) landen.
Indicator 37: Hulp als percentage van het nationaal inkomen op eilanden.
Indicator 38: De import in rijke landen uit arme landen waarvoor geen importheffingen gelden.
Indicator 39: De gemiddelde tarieven die rijke landen hanteren bij de import van landbouwproducten en textiel uit ontwikkelingslanden.
Indicator 40: De landbouwsubsidies als percentage van het bruto nationaal product in rijke landen.
Indicator 41: De hoeveelheid hulp bestemd voor het opbouwen van de handelscapaciteit.
Indicator 42: Het aantal landen dat deelneemt aan het schuldeninitiatief van Wereldbank en IMF.
Indicator 43: De hoeveelheid schuldvermindering toegezegd onder het schuldeninitiatief van Wereldbank en IMF.
Indicator 44: De hoeveelheid schuldaflossing in verhouding tot de exportinkomsten.
Subdoel 16: Werkgelegenheid voor jongeren verbeteren.
Indicator 45: De werkloosheid onder jongeren (15-24).
Subdoel 17: Betere toegang tot betaalbare medicijnen.
Indicator 46: Het aantal mensen met duurzaam toegang tot betaalbare medicijnen.
Subdoel 18: Nieuwe technologieën beschikbaar maken.
Indicator 47: Het aantal telefoonlijnen en abonnementen op mobiele telefoons.
Indicator 48: Het aantal computers en internetgebruikers.


Wie moeten dit gaan doen?
Uiteraard hebben de arme landen de taak om geld te geven, en hulp te bieden. Wij moeten dus vooral de landen helpen die de eerste 7 doelen zelf niet kunnen realiseren. Er is afgesproken om minstens 0,7% van het BNP te besteden aan ontwikkelingshulp. Er is alleen bijna geen land die zich er aan houd. Het zijn niet alleen de overheden die wat moeten doen. Er zijn ook organisaties die zich richten op ontwikkelingshulp. En iedereen heeft wel eens geld aan zo’n organisatie gegeven, zo doet iedereen er wat aan. Maar ook de armere landen moeten iets doen. Zij moeten de corruptie uit hun land verdrijven. Verder moeten zij ook open staan voor hulp, en zorgen dat het op de goede plek terecht komt.

 
Volgende >
© 2017 Help Burundi - concrete ontwikkelingshulp voor Burundi - help Afrika, help Burundi, help ons mee